Volgens een onderzoek van het Nipo uit 1997 zijn er in Nederland 1 miljoen mensen die gedichten en verhalen schrijven. Anno 2003 neemt deze schare hobbyschrijvers bizarre proporties aan: bij de grote literaire uitgeverijen van Nederland komen elke dag twee tot vijf manuscripten binnen. Van al deze manuscripten gaat echter 99 procent terug naar de afzender. Dat houdt niet in dat de amateurschrijver de moed opgeeft. Er zijn personen die een compleet oeuvre in de kast hebben staan. Ongepubliceerd.


De jonge Amerikaanse schrijver John Kennedy Toole stuurde van 1963 tot 1969 zijn manuscript ‘A confederency of Dunces’ naar tientallen uitgeverijen. Het werd keer op keer afgewezen. Depressief en gefrustreerd pleegde hij in 1969 zelfmoord. Na zijn dood vond zijn moeder het manuscript en liet het lezen aan een leraar Amerikaanse literatuur. Deze bracht de roman onder de aandacht van de Louisiana State University Press, die het publiceerde. Een jaar later won het boek de prestigieuze Pulitzerprijs en stond het maanden aan top van de internationale bestsellerlijsten.

De Amerikaanse psycholoog James Redfield schreef in 1993 de spirituele roman ‘De Celestijnse belofte’, leurde er tevergeefs mee langs 49 uitgeverijen, waarna hij het ten einde raad besloot in eigen beheer uit te geven. Met een kofferbak vol exemplaren reed Redfield van stad naar stad om zijn boek persoonlijk van deur tot deur aan de man te brengen. Uiteindelijk merkte een uitgeverij hem op, publiceerde en distribueerde het boek professioneel, waarna er van ‘De Celestijnse belofte’ datzelfde jaar 5,8 miljoen exemplaren over de toonbank gingen. James Redfield is niet de enige die zijn boek in eerste instantie vanuit de kofferbak verkocht. Ook bestsellerauteur John Grisham gaf zijn eerste boek ‘A time to Kill’ in eigen beheer uit en verkocht het op de ouderwetse manier: aan de deur. Uiteindelijk werd het alsnog door een gerenommeerde uitgeverij gepubliceerd, en John Grisham werd de bestverkochte auteur van de jaren ‘90 van de vorige eeuw.

Lidewijde Paris is directeur van Querido, een van de grootste literaire uitgeverijen van Nederland. Querido geeft werk uit van onder meer Bernlef, A.F.Th. van der Heijden en Thomas Rosenboom. Op de website van uitgeverij Querido geeft zij advies aan schrijvers in spe die met hun versgetypte manuscript onder de arm, op het punt staan een uitgeverij te benaderen. Zij beaamt de incidentele succesverhalen waaraan menig beginnend schrijver zich vastklampt: ”Er zijn inderdaad gevallen bekend van later beroemd geworden auteurs die eerst jaren zijn afgewezen en toen topauteurs zijn geworden. Maar erg talrijk zijn die verhalen niet.”

Paris vertelt over de molen waar een ingezonden manuscript in terecht komt. ”Er komen elke dag twee tot vijf manuscripten binnen. Een van de redacteuren of een externe lezer maakt de eerste keus wat meteen terugkan: veel manuscripten horen bij een genre dat de uitgeverij niet uitgeeft en worden dus tevergeefs gestuurd: kinderboeken naar een volwassenenfonds, Science Fiction naar een literaire uitgeverij, poëzie naar een commerciële uitgeverij die alleen vertalingen uitgeeft. Soms worden ze binnen het concern doorgestuurd, meestal gaan ze meteen terug. Na deze eerste selectie, wordt er echt gelezen. Door de uitgever, een redacteur of een externe lezer die de uitgeverij adviseert. Ook hier vallen in rap tempo manuscripten af. Vaak is al aan een paar alinea’s te zien of het een goed boek gaat worden, of een boek voor de betreffende uitgeverij. Pas als een redacteur twijfelt of juist enthousiast is, leest een collega mee. In alle andere gevallen: return to sender.”

Indien de uitgeverij enthousiast is wordt er volgens Paris een afspraak gemaakt met de schrijver. In bijna alle gevallen zal de uitgeverij adviezen voor verbetering van het boek aandragen. Ook beroemde auteurs worden in hun schrijven begeleid en krijgen kritiek op de eerste versie van hun manuscripten, daar heeft de uitgeverij zijn redacteuren voor.

”Wat regelmatig opvalt bij het lezen van een ingezonden manuscript is dat een schrijver niet wil schrijven, maar schrijver wil zijn: er zit al een heel plan bij van eisen voor omslagen en promotie. Dat zijn twee verschillende dingen. Je kunt geen schrijver worden, zonder een boek te hebben geschreven. Het klinkt als een enorme open deur, toch wordt aan deze essentiële gedachte nog al eens voorbijgegaan. Wat verder opvalt is de taal. Die is vaak ‘gewild literair’. De schrijver gaat literatuur schrijven en dat zal de lezer weten. Woorden als echter, tevens, nochtans, thans, derhalve, wier en tegenwoordig deelwoord constructies ‘hierover napeinzend, terugdeinzend voor angstige gedachten’ vliegen je om de oren. Bombastische metaforen volgen elkaar in rap tempo op en de ene ingewikkelde zinsconstructie volgt op de andere. Tenslotte valt de schrijver terug op clichés: ‘plotsklaps voelde ze een rilling over haar rug gaan; Het was een onheilspellend donkere lucht; Dit kon niet lang goed gaan, wist ze.’
Wat volgens Paris vooral ontbreekt in toegezonden manuscripten is humor. “De hoofdpersoon wordt uiterst serieus genomen. Hij wordt daardoor niet een personage van vlees en bloed. Al zijn gedachten, overpeinzingen en de motivatie achter zijn handelingen worden beschreven, zodat er niets aan de verbeelding van de lezer wordt overgelaten. Juist door dingen niet allemaal uit te leggen kun je een zekere spanning oproepen.”

”De reden waarom ik schrijf is verlichting brengen aan de mensheid, roem vergaren met mijn wetenschappelijk werk, zelf met schrijven in mijn levensonderhoud kunnen voorzien,” zegt Dirk Bontes, schrijver van prijswinnende verhalen als ‘De brief in het maanstof’, ‘ Verkeerd bezorgd’ en van semi-wetenschappelijke boekwerken als ‘The nature of reality’ en ‘Making sense of astronomy and geology.’ Sommige verhalen zijn in een verzamelbundel verschenen van een kleine uitgeverij, de wetenschappelijke verhandelingen zijn als manuscript de hele wereld overgegaan, echter zonder dat een uitgeverij er brood in zag. ”Ik schrijf mijn wetenschappelijk werk voornamelijk in het Engels, omdat dat mijn publiek vergroot,” zegt de 45-jarige Dirk Bontes. Hij draagt een vale trui van het Nederlands Contactcentrum voor Science Fiction en loopt op blauwe slippers. Zijn hoofd is kalend, er danst een bril op zijn scheve neus en zijn gebarsten lippen zijn omrand door een bruingrijs baardje. Zijn woonruimte in een voormalige studentenflat in Amsterdam-Noord meet amper 25 vierkante meter en bestaat uit een bed, een stoel en een heleboel boeken. Ze beslaan alle wanden van het vertrek. Een keuken is er niet. “Ik heb geen keuken nodig. Ik eet voornamelijk magere yoghurt.” Tegenover zijn bed staat een televisie, daarnaast een ventilator. Dirk Bontes gaat op het bed zitten. ”Mijn wetenschappelijk werk over mijn ontdekkingen op het gebied van de astronomie zijn te moeilijk voor een gewone uitgeverij en niet wetenschappelijk genoeg voor een wetenschappelijke uitgeverij. Ik heb buitenlandse wetenschappelijke uitgeverijen gevraagd of ze geïnteresseerd waren in mijn astronomieboek, maar afgaand op de beschrijving wezen ze het allemaal af. De Nederlandse uitgeverij Contact was de enige die zo slim was te vragen of ze een paar hoofdstukken mochten lezen en zij waren onder de indruk, maar achtten de materie te moeilijk voor hun doelgroep. Microuitgever Babel heeft twee van mijn verhalen gepubliceerd, maar dat zet geen zoden aan de dijk en bovendien is proza niet mijn roeping en meen ik de kunst niet voldoende onder de knie te hebben. Daar zou natuurlijk verbetering in optreden wanneer ik me er echt op zou toeleggen.”

De wortels van Bontes’ schrijverschap liggen in een traumatische gebeurtenis uit zijn jeugd. Toen hij negen jaar was kreeg hij na een operatie aan zijn amandelen last van een hevige bloeding uit zijn keel. Zijn vader en zijn huisarts brachten hem naar het ziekenhuis waar hij aan een bloedinfuus werd gelegd en buiten bewustzijn raakte. Eenmaal bij kennis bemerkte Bontes dat hij ‘zijn emoties had afgezet’. Zijn ratio had de overhand genomen, zijn menselijke emoties waren verdwenen. Voor menselijke emotie was apathie in de plaats gekomen, en een naar eigen zeggen ‘briljant wetenschappelijk inzicht.’

Zijn schoolcarrière is een onregelmatige en onduidelijke gang langs de Lagere detailhandelschool, VWO, een afgebroken studie biologie en de MTS. Er volgen vele werkeloze jaren. Bontes werkt in deze periode aan een boek getiteld ‘The nature of reality’. Over astronomie en de oorsprong van het universum.
Door een uitzendbureau wordt hij na acht jaar werkeloosheid aan een baan geholpen als ‘retrocatalograaf’ bij de Bibliotheek van de Universiteit van Amsterdam. Hier werkt hij tot op de dag van vandaag. Al vijf jaar lang voert Bontes 30 uur per week boektitels van de bibliotheek in een nieuw systeem in.

Sommige bedrijven spelen handig in op de zucht naar erkenning van hobbyschrijvers als Dirk Bontes. Voor een fors bedrag kunnen zij hun boek of bundel in eigen beheer uitgeven. In het Engels heet dit: printing-on-demand. Bij printing-on-demand worden boeken niet met drukplaten op een drukpers vervaardigd, maar met een eenvoudige laserprinter. Vervolgens wordt het boek door de drukkerij ingebonden of gelijmd. Eigen beheer houdt in dat de schrijver zelf betaalt voor de kosten die normaal gesproken voor rekening zouden zijn van een uitgeverij die gelooft in een afzetmarkt voor het boek. Los van de kosten van het drukken, dient de schrijver bij uitgeven in eigen beheer ook de marketing op zich te nemen. Dit komt meestal neer op de plaatselijke boekhandel binnenstappen en vragen of je een stapeltje eigen werk neer mag leggen.
Het aantal bedrijven dat aanbiedt werk in eigen beheer uit te geven is aanzienlijk. En hun vraagprijzen verschillen nogal.

De ‘aanloopkosten’ die uitgeverij Gopher Publishers berekent zijn € 1400,-. Gopher verzorgt vervolgens publiciteit rond het boek door het ‘onder de aandacht te brengen bij gerichte doelgroepen,’ en plaatst het boek in haar online winkel.
Het bedrijf Mijn Eigen Boek in Groningen verzorgt de uitgave van een manuscript vanaf € 1350,-. Voor € 50 wordt ook een ISBN nummer aangevraagd – ISBN staat voor Internationaal Standaard Boek Nummer, ieder boek heeft zo’n uniek nummer dat is bedoeld om boeken te kunnen bestellen en terug te vinden- en voor € 25 wordt het boek ook naar de Koninklijke Bibliotheek gestuurd.

Bart FM Droog, schrijver, dichter en redacteur van de poëziesite http://www.epibreren.com zegt hierover: “Wie zelf zo’n ISBN-nummer aanvraagt is hooguit € 6,00 kwijt. Dit kan door simpelweg een briefje te sturen naar Bureau ISBN te Culemborg. En de Koninklijke Bibliotheek heeft een antwoordnummer waar men gratis boeken naar toe kan zenden. Dat Mijn Eigen Boek hier geld voor rekent is absurd.”
Zijn advies:” Ga niet in op aanbiedingen van bedrijven als Mijn Eigen Boek. De bedragen die zij rekenen staan in geen verhouding tot de werkelijke kosten.”

Prijzen die dichter bij die werkelijke kosten liggen zijn die van het bedrijf Boekenbent. De opmaak en het drukklaar maken van een toegestuurd manuscript kost € 65,-. Is de benodigde tijd voor de opmaak langer dan 5 uur, dan wordt er € 7,50 per uur extra gerekend. Het aanvragen van een ISBN nummer kost hier € 6,44. Indien het boek geredigeerd moet worden kost dit € 7,50 per uur. Dan heeft de auteur echter nog niet een exemplaar van zijn eigen werk in de boekenkast staan. Hier moeten nog de druk- en bindkosten bijgeteld worden. Deze zijn afhankelijk van het aantal pagina’s, het aantal gedrukte exemplaren van het boek, en of er foto- of ander illustratiemateriaal in voorkomt.

Initiator en drijvende kracht achter het eenmansbedrijfje Boekenbent is de 39-jarige José Vriens. Dat ze zou gaan schrijven zat er eigenlijk altijd al in, onder meer ‘omdat ze leesmoeder was op school’. Maar pas op haar vijfendertigste voltooide ze haar eerste kinderboek ‘Glimmers en bullebakken’. Ze stuurde het op naar verschillende uitgeverijen maar het manuscript werd telkens afgewezen. Ze kwam terecht bij uitgeverij Gopher, daar wilden ze het boek wel publiceren en promoten. Op voorwaarde dat José een eigen bijdrage leverde van € 1400,-. Dat deed ze. Binnen 3 weken was haar eerste boek gedrukt en klaar voor promotie.

José Vriens: “De mensen van Gopher beweerden persberichten naar diverse media te hebben gestuurd maar ik merkte daar niets van. Ik besloot toen zelf persberichten te versturen, meer gericht op de plaatselijke media. Dit had succes. Het boek werd besproken in lokale kranten en ik werd uitgenodigd voor interviews op de lokale radio.“
De verkoopcijfers van haar boek zijn sinds die tijd rond de honderd blijven hangen. Nadat ze ook haar tweede boek door Gopher uit had laten geven met hetzelfde resultaat, besloot ze het beheer volledig in eigen hand te nemen. Ze nam contact op met een drukkerij en boekbinderij in haar woonplaats Roosendaal en liet een aantal exemplaren van haar volgende boek vervaardigen. De kosten bleken dusdanig laag dat ze eind 2002 besloot het bedrijf Boekenbent op te richten. Voor € 71,44 kan iedereen via Boekenbent zijn eigen roman of poëziebundel in de kast hebben staan. Het werkt heel eenvoudig zegt Vriens: “Ik zet het manuscript dat mensen mij toesturen om in PDF-formaat. Dat is het bestandstype dat de drukker nodig heeft om het met een laserjetprinter uit te printen. Dat gebeurt op printpapier, dus niet op mooi geschept papier zoals je dat meestal bij offsetgedrukte boeken ziet. Dat is het enige verschil. De boekbinder maakt er vervolgens een keurig gebonden paperback van.”
Boekenbent heeft momenteel zes klanten. Waaronder Nicoletta Moerkerken, zij schreef een avonturenroman, getiteld ‘ De prins van Mandal.’
”Ik heb zelf altijd graag avonturenromans gelezen. Dat prikkelde bij mij de fantasie om zoiets zelf eens te schrijven, en dan helemaal zoals ik dat wilde. Het was in eerste instantie alleen maar voor mijzelf bedoeld, maar nadat enkele vrienden het gelezen hadden waren er binnen mijn familie- en vriendenkring steeds meer die het wilden lezen. Ik moest dus op zoek naar een mogelijkheid om meer exemplaren te krijgen.”
Moerkerken heeft het manuscript van 440 pagina’s eenmaal naar een uitgeverij gestuurd, maar kreeg het terug met de mededeling dat het ‘niet in het fonds past.’
”Ik had geen behoefte aan vakere afwijzingen; ik had het voor m’n eigen plezier geschreven en zat niet op telkens een negatieve reactie te wachten.”
Het uitgeven in eigen beheer is voor haar een prima optie: “Ieder die wil, kan het boek nu verkrijgen. Ik ben blij met de positieve reacties op het verhaal van famieleden, vrienden en bekenden en dat is voor mij genoeg. Ik hoef geen gevierd auteur te worden. Daar is het verhaal ook niet naar; ik denk dat men het te ouderwets vindt. Natuurlijk zitten er wat nadelen aan het uitgeven in eigen beheer. Als je de kosten binnen te perken wilt houden, moet je veel zelf doen, zoals het uit het manuscript halen van fouten. En natuurlijk zie je er altijd een paar over het hoofd. Toch is het eindresultaat heel behoorlijk geworden en ben ik best trots op mijn eigen boek.”

Ook Dirk Bontes heeft werk in eigen beheer uitgegeven. ”Ik heb mijn astronomieboek in zeer kleine oplage ingebonden in hardcover en ingebonden in spiraal uitgegeven, waarvan ik twee exemplaren verkocht heb, een tiental ter recensie naar wetenschappelijk tijdschriften heb gestuurd en tientallen cadeau gedaan heb aan vrienden en familie. Voor de hardcoverexemplaren vraag ik nu 4500 euro per stuk. Als het toch niet verkoopt, kan ik net zo goed vragen wat ik denk dat het waard is. Het probleem is natuurlijk hoe het bestaan van je werk bekend te maken aan de doelgroep. Wanneer vakbladen geen recensie willen publiceren, vanwege het pseudo-wetenschappelijk gehalte, dan zit je met een probleem.”
Bontes is medeorganisator van de Millennium Prijs, de schrijfwedstrijd voor science fiction-, fantasy- en horrorverhalen. De wedstrijd wordt sinds 1976 jaarlijks gehouden. Het doel van de wedstrijd is het genreverhaal te stimuleren en de schrijfvaardigheid van de deelnemers op een hoger peil te brengen. De winnaar ontvangt vijfhonderd euro. “Ik heb de Millennium Prijs georganiseerd in 1998-2000 en dit jaar organiseer ik de wedstrijd opnieuw. In 2001 was Paul Harland de organisator en in 2002 was het Jaap Boekestein. We organiseren in estafette, zodat Jaap en ik ook eens kunnen meedoen en een kans hebben te winnen, en omdat het te belastend is om het jaren achtereen te doen; op een gegeven moment brand je als organisator op. In 1996 won ik de wedstrijd als beste van zo’n 108 verhalen en in 2002 won ik als beste van 96 verhalen.”

Joan Collins en de Poet of the Year-award
Organisatoren die niet opbranden zijn de mensen achter The International Library of Poetry. Een Amerikaanse organisatie die via websites en advertenties amateurdichters aanmoedigt mee te doen aan schrijfwedstrijden. Vrijwel iedere inzending wordt beloond met een plek in de bloemlezing die na elke wedstrijd wordt uitgegeven, zoals blijkt uit de inzending van Charles Hughes:

My Cat Has Fleas
My cat is chewing on her butt;
It makes me think she is a nut.
I try to drown the fleas in spray;
They jump and shout and just yell “Hey!”
I try to drown the fleas in powder;
they eat it like it’s fine clam chowder.
I try to drown the fleas in gas;
that really burned my kitty’s ass.

Niet lang nadat hij dit gedicht had opgestuurd ontving Hughes een e-mail met het bericht dat hij bij de semi-finalisten hoorde en dat hier binnenkort een bloemlezing van zou worden gepubliceerd. Om deze bloemlezing in bezit te krijgen moest hij wel vijftig dollar neertellen. De bundel bestond volgens The International Library of Poetry uit “a superb collection of over 3,000 poems on every topic.” Een simpele rekensom leert dat dit minimaal 150.000 dollar moet opleveren.

In Nederland heeft deze vorm van poëzie publiceren zijn vertegenwoordiger gevonden in de Roermondse uitgeverij De Vleermuis. Net als bij The International Library of Poetry moeten deelnemers aan een schrijfwedstrijd verplicht minimaal 2 exemplaren van een bloemlezing van de winnaars te kopen, a € 11, 50 per stuk, plus een tegemoetkoming in de verzend- en portokosten van € 5,50 euro = totaal € 28,50. Ook heeft uitgeverij De Vleermuis de “Strellus Prozaprijs 2003”, waarbij ‘winnaars’ zich verplichten zelf tien exemplaren van de wedstrijdbloemlezing af te nemen. Kosten € 124,50.

Bij de Poet of the Year-award van The International Library of Poetry, wordt er een groots opgezette conventie gehouden waar prijzen te vergeven zijn oplopend tot 20.000 dollar. Zoals de Nederlandse schrijfster Karin Giphart –de zus van Ronald- mocht meemaken zijn er elk jaar vele genomineerden voor deze prijs. Voor het Algemeen Dagblad ging ze op onderzoek uit. Ze stuurde een gedicht in en werd prompt genomineerd voor deze prijs. Ze werd uitgenodigd om in de Amerikaanse hoofdstad Washington de prijsuitreiking bij te wonen. Eenmaal daar aangekomen bleken vierduizend anderen mee te dingen naar dezelfde prijs. Deelname aan deze conventie kost $ 595, exclusief reis- en verblijfskosten. In het artikel dat Giphart naar aanleiding van deze poëzieconventie schreef voor het AD, bericht ze over een glad opgezette show waarin beroemheden als Joan Collins worden ingehuurd om het geheel een glamoureuze indruk te geven. Maar ook echte poëziegrootheden als Pulitzerprijswinnaar Stephen Dunn komen opdraven om het gehoor van vierduizend poëziehobbyisten toe te spreken en een hart onder de riem te steken. Karin Giphart was uiteindelijk niet degene die met de hoofdprijs van 20.000 dollar naar huis ging. Dat was de blanke Zuid-Afrikaan, David Faithman. Giphart zelf werd wel door Joan Collins het podium op geroepen om de ‘publicatieprijs’ ter waarde van duizend dollar in ontvangst te nemen. Gipharts eindconclusie: ‘ja, het is geldklopperij wat de International Library of Poetry bedrijft maar het gros van het publiek heeft een prima tijd en er is door de jury een acceptabele winnaar aangewezen die daadwerkelijk een grote geldprijs heeft ontvangen’.

Dirk Bontes’ laatste boek heet ‘De Ladder’. “In het kader van het brengen van verlichting aan de mensheid, is het mijn intentie een nieuwe religie – de Ladder – te beginnen. Mijn inzichten betreffende de ‘zijns’-vragen had ik verwoord in zo’n zeventig leerstellingen, welke ik ter publicatie aanbood aan uitgeverij Servire. Zij stuurden me een paar maanden geleden het materiaal terug met de mededeling dat ‘het niet in hun fonds paste’, of iets dergelijks. Dat kwam niet geheel onverwacht, want de introductie van en nieuwe religie is natuurlijk riskant. Indien het niet lukt alsnog een uitgever voor de Ladder te vinden, zal ik het op eigen kosten uitbrengen.”

Advertenties