Peter Pontiac kijkend uit het raam van zijn huis aan de Jan van Galenstraat (Autobioblues 2010)

Peter Pontiac kijkend uit het raam van zijn huis aan de Jan van Galenstraat (Autobioblues 2010)

20 januari overleed één van Nederlands bekendste en beste striptekenaars: Peter Pontiac. Pontiac woonde de laatste jaren van zijn leven in de Jan van Galenstraat in Amsterdam West. Wij benaderden Peter in 2012 en 2013 voor het tekenen van de cover van de stadsdeelkrant, waar hij enthousiast op reageerde. Hij moest de opdracht helaas uitstellen wegens zijn ziekte. Die tekening is er nooit meer van gekomen. Pontiac werd 63 jaar.

Petrus Pollmann – Pontiac is zijn pseudoniem – wordt geboren in 1951 in Beverwijk. Zijn ouders hebben een geheim, want voordat ze elkaar leren kennen heeft Tiny in de oorlog een relatie met een Duitse soldaat en zit Joop bij de SS. Joop bevindt zich aan het Oostfront waar hij door een kogel door zijn pols gewond raakt. Na de oorlog wordt Pollmann senior veroordeeld tot 4 jaar gevangenisstraf. Joop en Tiny zijn streng Katholiek.

Peter Pontiac in 2013

Peter Pontiac over Amsterdam West (Uit: Het Parool, 2013)
“De Bronxjes, oftewel De Baarsjes is veel dynamischer dan vroeger. Het wemelt van de knullen met laptoptassen en wollen mutsen.” Over de straat waar hij woonde: “De Jan van Galenstraat is officieel de meest verontreinigde straat van de stad, dankzij vrachtwagens die continu langsdenderen van en naar het Food Center. Er wordt al jaren beloofd dat die stoet via de Haarlemmerweg gaat rijden.” Mooiste Amsterdamse brug: “De Vierwindstrekenbrug in de Jan van Galenstraat, rijk voorzien van sculpturen waaronder ‘de beurshandelaar’ van Hildo Krop.”

Geboorte van een kunstenaar en junk

Uit: The Amsterdam Heroïne Connection, 1977

Uit: The Amsterdam Heroïne Connection, 1977

Pontiac is een weerbarstige adolescent: hij verft zijn puberkamer zwart en verdoet zijn tijd met hasj roken. Zijn vader is de lethargie van zijn zoon op een gegeven moment beu en stelt hem voor de keuze te gaan werken of het huis uit te gaan. Peter kiest voor het laatste en gaat in een Leidsche commune wonen die bevolkt wordt door drugsdealende hippies en trippende en flippende studenten. Ondanks deze chaos onstaat hier de tekenaar Peter Pontiac: de commune vervaardigt boekjes met songteksten van bekende bands en Peter gaat daar covers (Peter: ‘een voorkantje’) voor tekenen. In deze commune ontstaat ook de junk Pontiac, de gehele jaren ’70 is hij zwaar verslaafd aan cocaïne en heroïne, wat niet wegneemt dat hij zeer succesvol is als tekenaar: zijn werk verschijnt in de Nederlandse bladen Aloha/Hitweek, Muziek Express, Tante Leny Presenteert, maar ook in Amerika in Anarchy Comix en Mondo Snarfo. Hij kruist de paden van menig beroemdheid: in Parijs ontmoet hij de legendarische Velvet Undergroundzangers Nico, eenmaal verhuisd naar Amsterdam is hij kortstondig bevriend met Herman Brood en brengt hij Ramses Shaffy bijna aan de heroïne. Wonen doet hij onder meer in een donker souterrain in de Sarphatistraat onder Gallery Zebra, hij maakt deel uit van de kraak- en punkscene en ontwerpt vele punkplatenhoezen.

Kraut

De stijl van Pontiac is sterk beïnvloed door de Amerikaanse tekenaar Robert Crumb, en Pontiac schrijft en tekent ook over dezelfde onderwerpen als Crumb, namelijk zichzelf – zoals Pontiac zegt X-11- popmuziek, seks en drugs. Pontiac is de chroniqueur van zijn eigen leven, maar legt ook Amsterdam in al haar facetten onnavolgbaar vast.

Begin jaren ’80 verlaat hij die stad echter, op zoek naar een rustiger bestaan. Pontiac vestigt zich in Bussum, wordt vader en kickt af. Zijn buurman is de eigenaar van stripwinkel Lambiek, Kees Kousemaker waarmee hij dik bevriend is. De van nature al wat schuchtere en verlegen Pontiac voelt zich zonder de drugs ‘als een gepelde garnaal’, programmamaker Bram van Splunteren herinnert zich dat hij Pontiac interviewde voor VPRO televisie maar deze te verlegen was om in beeld te komen. Pontiac tekent, schrijft songteksten voor de punkband Human Alert (waar de latere stadsdichter Menno Wigman in drumt) en geeft tekenles. In 1997 ontvangt hij de Stripschapsprijs en in 2000 publiceert hij zijn magnum opus ‘Kraut’, een ‘graphic novel’ over zijn foute vader die in 1978 op raadselachtige wijze verdwijnt in de Draaibooibaai op Curaçao. Mogelijk verdronken, wat het geheel nog raadselachtiger maakt aangezien de broer van Pollmann senior jaren eerder ook door verdrinking om het leven komt. Kraut is behalve een hoogtepunt in Pontiacs oeuvre ook een bijzonder intieme geschreven en getekende brief van een zoon aan zijn vader.

Het uitzicht vanuit Pontiacs woning op de kruising Jan van Galenstraat/Admiraal de Ruijterweg (Uit: Styx of de zesplankenkoorts)

Het uitzicht vanuit Pontiacs woning op de kruising Jan van Galenstraat/Admiraal de Ruijterweg (Uit: Styx of de zesplankenkoorts)

Race tegen de klok

In 2011 ontvangt Peter Pontiac de Marten Toonderprijs voor zijn gehele oeuvre. Hij woont dan weer in Amsterdam, in de Jan van Galenstraat in West. Om het wonen en leven in de drukke stad te compenseren verblijft hij ook regelmatig in zijn terphut op het platteland van Friesland. Hij weet inmiddels dat zijn ruige junkieleven uit de jaren ’70 hem alsnog fataal kan worden want hij heeft sinds een jaar hepatitis C en levercirrose. In een race tegen de klok probeert Pontiac zijn laatste werk – Styx of de zesplankenkoorts- af te ronden, een strip die gaat over de dood, iets waar hij net als muziek en kunst zijn leven lang door gefascineerd is. Peter verliest deze race echter en overlijdt op dinsdagavond 20 januari in het OLVG ziekenhuis, omringt door zijn vrienden en familie.

Dit najaar verschijnt alsnog Pontiacs onafgemaakte laatste graphic novel ‘Styx of de zesplankenkoorts’ bij Uitgeverij Podium.

(Beeld: Jos Lammers e.a.)

Advertenties