Johan Cruijff ondertekent in 1971 een 7-jarig contract bij Ajax. Van links naar rechts: Henk Timman, Johan Cruijff, Danny, Jaap van Praag

Johan Cruijff ondertekent in 1971 een 7-jarig contract bij Ajax. Van links naar rechts: Henk Timman, Johan Cruijff, Danny, Jaap van Praag

De Joodse latere Ajax-voorzitter Jaap van Praag is in 1942 ondergedoken om niet door de Duitsers afgevoerd te worden naar de concentratiekampen. Boven een fotozaak aan de Overtoom zit hij vanaf midden 1942 tot het eind van de oorlog overdag in een kamertje stil op een stoel omdat ze beneden niet mogen weten dat hij daar boven hun hoofd is. De man op de stoel heeft meer dan genoeg om over na te denken: zijn winkel is hem afgepakt, zijn vrouw er vandoor met een ander en zijn ouders en zusje afgevoerd naar Auschwitz.

‘Er zit een man in een pak op een stoel in een kamertje op de Amsterdamse Overtoom. De stoeltjeswagen van tram 23 rammelt voorbij. Een wehrmachtauto met zingende Duitse soldaten. Fietsers met houten banden overheersen het straatbeeld. De buitenwereld van stemflarden blijft op afstand. Het straatrumoer dringt wel door tot de man in de stoel, maar hij kan niet naar buiten kijken: hij mag niet gezien worden. De buitenwereld mag onder geen beding van zijn bestaan weten. Iedere dag zit de man in het pak daar op z’n stoel, bijna bewegingloos. Hij moet overdag zoveel mogelijk stil blijven zitten, lopen is hachelijk. Een kraakje in de vloer kan hem al verraden. Beneden is een fotozaak gevestigd. Niemand daar beneden mag weten dat daar boven hun hoofd leven is. De man heeft een koffer bij zich, met vijf kostuums en de Nederlandse vlag. Elke dag wisselt de man van kostuum en strikt zijn stropdas. Dan vouwt hij zijn andere kleren netjes op, strijken zijn handen een broek glad. En dan gaat hij weer zitten. Vijf maatpakken en de roodwitblauwe Nederlandse vlag. Dat is zijn bezit. Zijn parool is zitten blijven. Je niet verroeren. Hij behoudt zijn decorum. Twee oorlogsjaren lang. ‘(Uit: Jaap en Max: het verhaal van de broers Van Praag, door Marga van Praag en Ad van Liempt)

Gewiekste zakenman

Geboren in 1910 in de Pretoriusstraat in Oost ontpopt de jonge Jaap -Jacob eigenlijk- van Praag zich snel als een gewiekste zakenman, in de jaren ’30 gaat hij werken in de muziekwinkel van zijn vader aan het Spui 6 en verandert die in een van de eerste ‘Grammofoonplatenwinkels’. Jaap is getrouwd met de niet-Joodse Lenie. In de periode dat Jaap ondergedoken zit krijgt Lenie een relatie met Jaaps beste vriend Joop. Dit wordt hem verteld door vrienden die hem ’s avonds bezoeken als de mensen in de fotozaak onder hem vertrokken zijn en hij weer geluid mag maken. Lenie laat zich scheiden van Jaap terwijl hij ondergedoken zit, als niet-Joodse getrouwd met een Jood kan dit. Jaap praat nooit meer met iemand over haar, zelfs zijn zoon Michael zal later verklaren dat hij jarenlang niet heeft geweten dat zijn vader eerder getrouwd is geweest met deze Lenie.

Twee jaar lang opsluiting

Ook is de exacte locatie van het kamertje aan de Overtoom niet duidelijk, omdat Jaap er nooit over wilde praten. Een Amsterdams telefoonboek uit 1942 maakt duidelijk dat er toen drie fotozaken aan de Overtoom gevestigd waren waarboven de kamer van Jaap kan zijn geweest. Ene H. Henes woonde op nummer 517, volgens het boek van zijn nichtje Marga was dit de plek waar Jaap ondergedoken zat, maar volgens het telefoonboek zat daar geen fotozaak gevestigd.

Op 8 mei hoort Jaap de legervoertuigen van de bevrijders op de Overtoom en verlaat zijn schuilplaats. Tussen de feestvierende massa in de Kalverstraat hoort hij van een bekende dat zijn ouders en zusje Hannie niet meer terugkomen uit Auschwitz. Jaap houdt angsten en nachtmerries over aan de oorlog, zijn dochter Peggy herinnert zich dat ze als kind wel eens bij hem in bed sliep en hem hoorde huilen.

Voorzitter van Ajax

Van Praag bouwt na de oorlog opnieuw een florerende zaak op, presenteert in 1962 het tv-programma ‘Onbekend Talent’ -een Idols avant la lettre- en wordt in 1964 voorzitter van Ajax. Hij trekt de voormalig Ajax-speler Rinus Michels aan als coach waarna gouden tijden aanbreken. De overlever Van Praag zet de waarheid naar zijn hand waar dat nodig was, wat Johan Cruijff de opmerking ontlokt ‘Ik heb Van Praag nog nooit op een waarheid kunnen betrappen’. Als Van Praag in 1975 herverkozen wil worden als Ajax-voorzitter en verkondigt dat het zijn laatste termijn zal zijn omdat hij over een paar jaar 65 wordt en dat dan een mooie leeftijd is om te stoppen, blijkt later dat hij op dat moment al lang en breed 65 is. Van Praag heeft een turbulent liefdesleven: ook zijn tweede vrouw Joep gaat vreemd met één van zijn beste vrienden, en hij treedt tot vier maal toe in het huwelijk, de laatste keer met de 23-jarige verpleegster Pia, waarmee hij op zijn zestigste weer een nieuw gezin sticht en twee kinderen krijgt. De ijdele Van Praag zal ook door deze kinderen nimmer anders dan in maatpak worden gezien zoals zijn dochter Beryl later zal vertellen. Ook gaat Van Praag eenmaal per week onder de zonnebank, doet blauwspoeling door zijn haar en verft zijn wenkbrauwen.

Jaap van Praag, jaren '70

Jaap van Praag, jaren ’70

Onverwacht einde

In 1978 stopt Van Praag bij Ajax. In 1987 krijgt hij een verkeersongeluk op weg terug naar huis nadat hij bij zijn secretaresse Caty is geweest om met haar te werken aan zijn te verschijnen memoires. Het ongeluk lijkt geen ernstige gevolgen te hebben, gelegen op de intensive care heeft Van Praag nog een discussie met zoon Michael die voor de derde keer in het huwelijk gaat treden. Tegen dochter Beryl zegt Jaap dat het ongeluk veroorzaakt werd doordat hij in slaap viel omdat hij zo moe was omdat Beryl de avond ervoor te laat thuis kwam. Twee dagen later overlijdt Jaap van Praag geheel onverwacht in het ziekenhuis aan inwendige bloedingen ten gevolg van het ongeluk.

(Foto’s: ANP Photo, Hollandse Hoogte)

Advertenties