Villa Betty, onzichtbaar voor de buitenwereld op Overtoom 241. Onder de Overtoom, boven het Vondelpark

Villa Betty, onzichtbaar voor de buitenwereld op Overtoom 241. Onder de Overtoom, boven het Vondelpark

Het grootste en duurste Amsterdamse huis in particulier bezit bevindt zich niet aan de grachtengordel of in Oud-Zuid, maar aan de Overtoom in West. Het is de mythische Villa Betty. Omgeven door bijna een hectare eigen grond inclusief tennisbaan, vijver en koetshuis is het 20-kamers tellende huis vanaf de Overtoom nauwelijks zichtbaar en dus bij velen onbekend. De Villa kreeg enige bekendheid in 1983 als decor van de film ‘Brandende liefde’, met Monique van de Ven en Peter Jan Rens. John de Mol bood 5 jaar geleden tevergeefs 34 miljoen voor de villa.

Halverwege de Overtoom aan de kant van het Vondelpark tussen Kinki kappers en eetcafé Olivity bevindt zich een klein toegangshek omgeven door groen. Wie even stil staat en goed kijkt ziet achter het hek een lange oprijlaan die leidt naar de laatste overgebleven buitenplaats van de Overtoom: Villa Betty. Vernoemd naar Clara Betty von Hunteln, echtgenote van de schatrijke tabakshandelaar Eduard Lehman, familie van één van de oprichters van de Lehmans Brothers bank die in 2008 failliet ging en in Amerika een kredietcrisis veroorzaakte. Deze Lehman koopt de villa in 1896 op 21-jarige leeftijd van de gebroeders Smithuysen -eveneens tabakshandelaren- die het in 1877 hebben laten bouwen naar een ontwerp van architect Laarman, verantwoordelijk voor menig Amsterdamse stadsvilla. De eerste steen wordt gelegd door de 2-jarige P.H.M. Smithuysen volgens een gevelsteen met inscriptie in de villa. Plots overlijden van de vader van deze jonge eerstesteenlegger noopt de familie Smithuysen tot verkoop van de villa, die voor 80.000 gulden overgaat in handen van de dan net meerderjarige tabakserfgenaam Eduard Lehmann.

Ingang van Villa Betty, rechts het voormalig koetshuis –tegenwoordig Kinki kappers- waar onder meer de twee Rolls Royces stonden geparkeerd

Ingang van Villa Betty, rechts het voormalig koetshuis –tegenwoordig Kinki kappers- waar onder meer de twee Rolls Royces stonden geparkeerd

Piepjong miljonairskoppel
Lehman verbouwt de villa ingrijpend en gaat er in 1900 wonen met zijn vijf jaar jongere Duitse vrouw Betty. Het piepjonge miljonairskoppel richt het huis als een paleis in, compleet met kamers in verschillende stijlen zoals een Hollandse, Franse en Arabische kamer. Prins Hendrik, schilder Breitner en andere beroemdheden komen er vaak langs, Betty wordt ‘de koningin van de Overtoom’ genoemd. Ze rijdt paard in het Vondelpark of speelt tennis op haar landgoed, ’s avonds worden er grote tuinfeesten gegeven. Regelmatig wordt één van de twee Rolls Royces of de koets met de twee Hongaarse appelschimmels uit het koetshuis gehaald om een ritje door de stad te maken. Het echtpaar heeft zes man huispersoneel, daarnaast hebben ze de beschikking over drie tuinmannen en twee koetsiers. Lehmann is een fervent zeiler, met zijn zeilschip de Qua Vadis doet hij mee aan zeilwedstrijden over de hele wereld.

Betty von Hunteln en Eduard Lehmann bij het bordes van Villa Betty bij de viering van hun zilveren bruiloft in 1925

Betty von Hunteln en Eduard Lehmann op het bordes van Villa Betty bij de viering van hun zilveren bruiloft in 1925

Eenzame weduwe
Het echtpaar blijft kinderloos en Lehman overlijdt in 1933, volgens de rouwadvertentie ‘na een langdurig en zwaar lijden’. Zijn tabaksbedrijf heeft hij twee jaar daarvoor opgeheven. Betty hertrouwt in 1937 met jeugdvriend Cornelius Ariëns Kappers, zij blijven woonachtig in Villa Betty. In de tweede wereldoorlog vervalst medicus Cornelius Ariëns Kappers vele zogenaamde ariërverklaringen, waardoor hij de deportatie van zo’n 200 joden voorkomt. In 1946 overlijdt hij aan een hartaanval, Betty blijft alleen in de villa wonen. Ze leeft in grote afzondering en komt nauwelijks haar landgoed af. Van tennis, paardrijden of feestjes met hooggeplaatsten is geen sprake meer. De villa en haar bewoonster zijn jarenlang voor omwonenden een mysterie, in buurtcafé André Lacroix wordt wild gespeculeerd over wat er zich in de villa afspeelt. Kamermeisje Lies Slort herinnert zich mevrouw Betty in een interview met Het Parool als een koele, veeleisende vrouw met een koude blik in haar ogen. Vlak voor haar honderdste verjaardag laat Betty een neef overkomen om het huis inclusief inboedel te veilen. Een groot geschilderd portret van zichzelf dat al die jaren in de villa hing laat ze in de tuin verbranden.

100 miljoen
Na het overlijden van Betty von Hunteln in 1980 wordt Villa Betty verkocht voor 2,3 miljoen gulden. In 1983 wordt het landgoed doorverkocht aan vastgoedmagnaat Nicolaas Sandmann, die er nog steeds woont. Daarnaast verblijft Sandmann afwisselend op zijn landgoed in Bonaire of zijn zeilschip de Dwinger, waarmee hij de wereld rondzeilt. De villa en bijbehorende panden worden tegenwoordig ook gebruikt als kantoorruimte voor een aantal bedrijven. Toen er een aantal jaar geleden recordprijzen voor de villa werden geboden verklaarde Sandmann desgevraagd tegen het blad Quote de villa ‘voor nog geen 100 miljoen’ te verkopen.

Advertenties