De Cremerbuurt in aanbouw op het schilderij 'Bouwterrein ten noorden van de Overtoom' van Breitner, ca. 1900

De Cremerbuurt in aanbouw op het schilderij ‘Bouwterrein ten noorden van de Overtoom’ van Breitner, ca. 1900

George Hendrik Breitner is één van de meest beroemde en geroemde Hollandse schilders. Hij woonde tussen 1886 en 1923 in Amsterdam en schilderde en fotografeerde het Amsterdamse straatleven. Zijn schilderijen worden tegenwoordig voor recordbedragen geveild en zijn foto’s geven een uniek beeld van het Amsterdam van zijn tijd. Breitner heeft in West op zeven verschillende adressen gewoond en gewerkt.

De Rotterdamse schilder Breitner leidde een typisch kunstenaarsbestaan: armoede, ziekte, vrouwen en drank kenmerkten zijn leven. Het is dan ook niet verbazingwekkend dat hij kortstondig bevriend was met vak- en tijdgenoot Vincent van Gogh, waarmee hij aan het begin van zijn carrière door de straten van Den Haag zwierf, op zoek naar inspiratie en onderwerpen om op papier of linnen vast te leggen. Beide schilders liepen in deze periode de geslachtsziekte gonorroe op en verbleven tegelijkertijd in het Haags Gemeenteziekenhuis.

George Hendrik Breitner wordt in 1857 geboren in Rotterdam in een welvarend middenstandsgezin met drie kinderen, zijn vader was graanhandelaar. De jonge Breitner tekent veel en blijkt daar al snel talent voor te hebben, vooral oorlogstaferelen en paarden zijn een geliefd onderwerp. Het is een stille jongen en een niet al te ijverige leerling, na de lagere school en een paar jaar ULO (vergelijkbaar met de huidige vmbo) gaat hij op kantoor bij zijn vader werken.

Bruusk gedrag

Op zijn 17e gaat hij naar de Haagse Academie waar hij een paar jaar later wegens ‘bruusk’ gedrag vanaf gegooid wordt (hij vernielt het reglementenbord omdat hij ‘vond dat men daar niet leerde wat ik nu maar zal noemen het schilderijen-maken’). Breitner werkt mee aan het megaproject ‘Panorama Mesdag’, hij schildert voor Mesdag de paarden op het strand en een gedeelte van het dorp. In 1884 gaat hij naar Parijs waarna hij na een half jaar wegens geldgebrek terugkeert naar Nederland. In 1886 verhuist Breitner naar Amsterdam, naar één van de 19 adressen waar hij hier zou wonen. Amsterdam verandert Breitner voorgoed, en Breitner verandert Amsterdam voorgoed. Hij maakt veelvuldig gebruik van de relatief nieuwe uitvinding fotografie en maakt honderden foto’s van Amsterdam rond de eeuwwisseling van 1900. Samen met Jacob Olie wordt hij tegenwoordig gezien als dé stadschroniqueur in beeld van Amsterdam rond 1900.

Breitner in Amsterdam

Breitner woont onder meer aan de Overtoom, in de Eerste Helmersstraat en de Brederodestraat, zijn stamcafés zijn Zur Batavia in de Kalverstraat en Die Port van Cleve aan de Nieuwezijdsvoorburgwal, plekken waar hij samen met de nieuwe literaire groep De Tachtigers waaronder de schrijvers Frederik van Eeden en Willem Kloos het glas heft. Ook is hij veel te vinden in kunstenaarssociëteit Arti et Amicitiae, waar hij later deel uitmaakt van het bestuur en waar tegenwoordig nog steeds een originele Breitner in het cafégedeelte hangt. Schilderen doet hij in zijn atelier op Prinseneiland 24B.

Vooral Amsterdam West heeft Breitners aandacht, hij woont hier op 7 adressen: Overtoom 227, Overtoom 292, Nicolaas Beetstraat 130, Staringstraat 31, Eerste Helmersstraat 111 (hier verhuist hij in 1915 maar keert er in 1918 weer terug, momenteel is dit het atelier van acteur/schilder Jeroen Krabbé) Eerste Helmersstraat 175 en Zocherstraat 1. Hij maakt gedenkwaardige schilderijen van de Overtoom met de dan nog niet bestaande Cremerbuurt als modderige bouwplaats, en van heiwerkzaamheden in de Van Diemenstraat. In kleine kring is al bekend dat Breitner foto’s gebruikt om zijn schilderijen op te baseren, maar pas in 1960 wordt zijn complete collectie ontdekt en duidelijk hoeveel zijn schilderwerk zijn foto’s volgt.

Voorspoed en rijkdom

Deze eerste Amsterdamse jaren gaat het Breitner voor de wind, hij trouwt in 1901 met zijn naaktmodel Marie Jordan en verhuist naar een villa in Aerdenhout, Aerdenhoutsduinweg 13. Voor 9.200 gulden koopt hij hier een stuk grond en laat daar voor 17.000 gulden een huis plus atelier op bouwen. Aerdenhout bevalt Breitner echter allerminst (volgens zijn buurman in Aerdenhout de schilder Oscar Mendlik vond hij het groen en de zee ‘verdomd vervelend’) en in 1906 verhuist het kinderloze echtpaar Breitner terug naar de Amsterdamse Overtoom.

Breitner in zijn woning aan Overtoom 227. Vanuit het open raam is te zien dat de Overtoom hier nog een gracht was, in 1904 werd deze gracht gedempt. Breitner woonde hier van 25.6.1901 tot 5.5.1903

Breitner in zijn woning aan Overtoom 227. Vanuit het open raam is te zien dat de Overtoom hier nog een gracht was, in 1904 werd deze gracht gedempt. Breitner woonde hier van 25.6.1901 tot 5.5.1903

Armoede en dood

Breitners hoogtijdagen zijn dan voorbij. Hij produceert weinig nieuw werk en er komt kritiek op zijn gebruik van foto’s voor zijn schilderijen. Zijn geld is op, Breitner staat er zijn leven lang om bekend dat hij bij menigeen bedelt en leent. Het huwelijk met zijn muze Marie is dan al jaren slecht, onder de mensen komt hij nog zelden en zijn gezondheid gaat achteruit. Op 5 juni 1923 sterft hij eenzaam en berooid in zijn 19e en laatste Amsterdamse woning in de Bronckhorststraat in Zuid aan een hartaanval.

In het Stadsarchief op de Vijzelgracht is momenteel tot 1 februari 2015 een grote tentoonstelling gewijd aan de schetsboeken van Breitner. Openingstijden: dinsdag t/m vrijdag 10:00 – 17:00 uur, zaterdag en zondag 12:00 – 17:00 uur. Gesloten op 25 december en 1 januari. Ter gelegenheid van de tentoonstelling verscheen een rijk geïllustreerd boek waarin aan de hand van nieuw onderzoek veel schetsen, tekeningen, foto’s, aquarellen en schilderijen van Breitner uit zijn Amsterdamse periode worden gepresenteerd. Auteurs J.F. Heijbroek en Erik Schmitz. Gebonden uitgave €32,50, paperbackeditie €24,95. Onder meer te koop in de Stadsboekwinkel.

(Beeld: Stadsarchief Amsterdam)

Advertenties